Half Nederland gaat met pensioen… Maar wie komt het werk doen?

Inleiding

De netto arbeidsparticipatie geeft aan hoeveel procent van de potentiële beroepsbevolking (15-65 jaar) een betaalde baan heeft van ten minste twaalf uur per week. Nederland heeft met zo’n 75% de hoogste arbeidsparticipatie van de 27 landen in de Europese Unie. Binnen de EU zijn de verschillen echter enorm. Het gemiddelde ligt op 64%, West-Europese landen zoals Nederland, Zweden, Duitsland en Oostenrijk hebben echter een participatiegraad die (ver) boven de 70% ligt. Verder naar het oosten komen Hongarije en Slowakije niet eens aan 60%. En dat terwijl de Europese Unie middels haar Lissabon-doelstellingen streefde naar een gemiddelde participatiegraad van 70% in 2010.

Ook qua werkloosheid zijn de Europese verschillen significant. In Spanje ligt de werkloosheid ruim boven de 20%, terwijl in bijvoorbeeld Nederland (4,5% in 2010) en Oostenrijk deze niet boven de 5% (internationale definitie) uitkomt. In Nederland en Duitsland wordt arbeid relatief vaak in deeltijd verricht, een verschijnsel dat in Oost-Europa nauwelijks zichtbaar is. Ook in rijkdom is er een schril contrast. West-Europa kent bijvoorbeeld een veel hoger bruto binnenlands product per hoofd van de bevolking dan Zuid-Europa. In Midden- en Oost-Europa ligt dit cijfer nog (veel) lager.

Land Participatiegraad 2010 1 Werkloosheid 2010 2 Parttimers 2010 3 BBP per hoofd per maand 2010 4
Nederland 74,7% 4,5% 48,3% € 2.830,13
Duitsland 71,1% 7,1% 25,5% € 2.470,01
Polen 59,3% 9,6% 7,6% € 702,47
Tsjechië 65,0% 7,3% 5,1% € 1.141,46
Slowakije 58,8% 14,4% 3,8% € 969,81
Hongarije 55,4% 11,2% 5,5% € 805,44
Oekraïne - 7,8% 5 - € 183,08

Bron 1: Eurostat, European Union Labour Force Survey
Bron 2: Eurostat, European Union Labour Force Survey
Bron 3: IMF, World Economic Outlook
Bron 4: Eurostat, European Union Labour Force Survey
Bron 5: IMF, World Economic Outlook

Ondanks de grote regionale verschillen binnen Europa is het vergrijzingsprobleem en de daarmee samenhangende krimpende beroepsbevolking een continentale uitdaging. Het verhogen van de arbeidsparticipatie is een belangrijke oplossingsrichting. In dit onderzoek is daarom aan het bedrijfsleven in zeven Europese landen gevraagd hoe zij aankijken tegen de verhoging van de arbeidsparticipatie. Tussen Nederland, Duitsland, Polen, Tsjechië, Slowakije, Hongarije en Oekraïne zijn enorme verschillen in werkloosheid, rijkdom en participatiegraad. Het is daarom zeer interessant om te zien hoe er per land wordt aangekeken tegen het Europese streven naar een verhoging van de participatiegraad. Hoe percipieert het Europese bedrijfsleven deze uitdaging? Welke gevolgen verwachten zij in de toekomst te zullen ondervinden? En speelt het bedrijfsleven de grootste rol bij het verhogen van de arbeidsparticipatie, of zijn het overheden, onderwijs en arbeidsbemiddelaars die moeten bijdragen?